|

















|
|
Ponytheorie:
Op deze pagina is alle informatie te vinden die van pas
kan komen wanneer je op
paard-
/ ponyrijden gaat:
Wanneer je interesse hebt in het rijden moet je ervan uit gaan dat er veel
meer bij komt kijken.
Er hoort namelijk ook een stuk verzorging, verantwoordelijkheid en
samenwerking bij.
Bij ons op de manege mag je zelf je pony poetsen en opzadelen.
Kun je dit nog niet, dan is het ook geen enkel probleem want dan helpen we
je erbij.
Een aantal keren per jaar hebben wij zelfs speciale dagen waarbij je dat
kunt leren.

Tips voor beginners:
1) Neem altijd een goed humeur mee.
2) Maak contact met je paard voordat je de stal ingaat.
3) Praat tegen je paard want de stal is zijn huis.
4) Let op de lichaamstaal van je paard.
5) Probeer niet direct aan het hoofd van je paard te komen, dit is privé en
vinden ze vaak niet fijn.
6) Toon respect naar je paard toe.
7) Praat niet te hard en maak geen wilde gebaren.
Uitrusting van de ruiter:
Net als
bij andere sporten wordt ook bij het paardrijden speciale kleding gedragen.
 De kleding moet namelijk aan bepaalde voorwaarden voldoen.
Qua basis-uitrusting moet je denken aan: * Rijbroek. * Rijlaarzen of schoenen met chaps. * Veiligheids cap. * Zweepje.
Paardrijden in een spijkerbroek kan natuurlijk wel, maar een rijbroek heeft
het voordeel dat er
Hierdoor loop je minder risico dat je benen schaafwonden oplopen. Bovendien zit een rijbroek gewoon prettiger.
Rijlaarzen zorgen ervoor dat je een goede beenhouding kan aannemen en
voldoende steun hebt. Een veiligheids cap is bij ons op de manege verplicht. In het begin kun je
deze bij ons lenen. Wat handig is zolang je nog geen eigen cap hebt, neem een petje mee wat je
onder de cap kunt ophouden. Dit zorgt ervoor dat je cap altijd stevig zit.
Bij een val van het paard voorkomt de cap in de meeste gevallen, als een
soort valhelm, dat je aan het hoofd gewond raakt. Een standaard zweepje hoort bij de basisuitrusting. Het zweepje is een
hulpmiddel wat je soms tijdens het rijden nodig kunt hebben. Voor degenen met lang haar... doe het in een vlecht, dan zit het ook niet in
de weg. De basiskleding hoeft niet veel te kosten.
Je mag nooit rijden in een korte broek, met open
schoenen, zonder cap, met een sjaal om of met grote sieraden.

Het poetsen van je pony:
Voordat
er gereden kan worden moeten de paarden / pony's eerst geborsteld worden.
Poetsen is een ander woord voor borstelen. Dit kan je doen in de stal of op
de poetsplaats.
Je begint dan altijd met het omdoen van het halster.
Een halster is een soort hoofdstel zonder teugels en zonder bit. Aan het
halster kun je een halstertouw vastmaken
zodat je het paard of de pony mee kunt nemen uit de stal.
Als je
het paard een halster om wilt doen leg je eerst het halstertouw over zijn
hals heen.
Daarna trek je het halster rustig over zijn neus en oren, en dan maak je de
klipsluiting bij de kaak vast. Er zijn ook halsters waarbij je het kopstuk
vast moet gespen.
Als je met je paard gaat lopen dan loop je zelf altijd aan de
linkerkant.
Onze paarden en pony's mogen niet vast gezet worden aan de stal of aan de
muur.
Wel kun je het halstertouw ergens omheen draaien zodat je paard niet
wegloopt.
Dan kun je eindelijk gaan poetsen:
Allereerst begin je met de rosborstel,
dit is een rubberen borstel waarmee je ronddraaiende bewegingen maakt over
zijn lijf heen.
Met de rosborstel mag je niet het hoofd en de benen van het paard borstelen!
De rosborstel zorgt ervoor dat de haren los komen en het grove vuil wordt
verwijderd.
Het
is direct een heerlijke massage voor je paard.
Daarna gebruik je de harde borstel. Dit
is een borstel met harde haren.
Hiermee verwijder je de losgekomen haren en het grove vuil en stof.

Met deze borstel mag je ook de benen van je paard doen, maar niet zijn
hoofd!
Als laatste gebruik je de zachte borstel,
dit is een borstel met zachte haren waarmee je ook voorzichtig het hoofd van
je pony kunt borstelen. Hou er altijd rekening mee dat het hoofd van je
paard heel gevoelig en intiem is. Niet alle paarden / pony's vinden het
prettig als je daaraan komt. Met de zachte borstel haal je het laatste stof
weg en gaat je paard enorm mooi glimmen.
Dan is er nog een manenkam. Deze is
speciaal bedoeld voor het kammen van de manen.
Wees hier altijd erg voorzichtig mee zodat je niet teveel haren verwijderd.
De manen zijn erg gevoelig dus kam ze met beleid!
Aan de staarten van de paarden en pony's wordt niets geborsteld! Je mag
alleen het stro verwijderen met je handen en de staart eventueel met je
handen uitpluizen. Let er hierbij op dat je dit
voorzichtig doet, zodat er niet teveel haren uitvallen. Het duurt namelijk
heel lang voordat de staart van een paard weer is aangegroeid
of
dikker wordt.
Als laatste kun je de hoeven uitkrabben. Dit doe je met een
hoevenkrabber.
In de stallen mag je alleen de voorhoeven uitkrabben. Zorg ervoor dat je
weet hoe dit moet. De achterhoeven mag je alleen buiten de stal doen en als
er begeleiding bij is.
Als extra-tje kan je nog mooie vlechtjes in de manen maken... En dan klaar
voor de les!
Het opzadelen van je pony:
|
Het
hoofdstel met het bit, het zadel, de teugels en met name de
stijgbeugels maken het paardrijden gemakkelijker.
Bij elkaar worden deze delen het
harnachement genoemd. |
Hoofdstel
Naast het bit bestaat het hoofdstel uit
de neusriem, het kopstuk, de frontriem, de teugels
en de bakstukken.
Samen
met de zit- en de beenhulpen wordt het paard via het bit gestuurd.
Zowel bij het indoen van het hoofdstel als het vastmaken van de keel- en
neusriem
sta je altijd aan de linkerkant van het paard.
Voordat je begint, leg je altijd de teugels over de hals, zodat je het paard
hieraan kunt vasthouden.
Om het bit in de mond aan te brengen, duw je zachtjes met je duim in de
mondhoek
van het paard, zodat het dier zijn mond opent. Terwijl je het bit
in de mond plaatst, haal je tegelijkertijd het hoofdstel wat omhoog.
Daarna haal je het met beide handen over de oren, schuif je het kopstuk op
zijn plaats,
vlak achter de oren en maak je de neusriem en de keelriem vast.
Hierbij en ook na deze handelingen moet je de teugels steeds vasthouden om
te voorkomen dat het paard er met een van de benen in blijft haken of op
gaat staan.
Het bit moet na iedere rit afgespoeld worden met water.

Zadel
Er zijn vele
soorten zadels.
Het zadel moet zowel de ruiter als het paard altijd goed passen.
Op een slecht zittend zadel kan de ruiter niet de juiste houding aannemen.
Een slecht passend zadel kan voor blessures bij het paard zorgen.
De holle ruimte tussen de kussens heet de kamer.
Onder het zadel ligt altijd een zadeldekje,
ook wel chabrak genoemd.
Dit beschermt de rug van het paard tegen het zadel. En omgekeerd beschermt
het dekje het zadel tegen het zweet van het paard. Het leer van het
hoofdstel en het zadel moet goed worden onderhouden, wat vooral betekent dat
het goed schoongemaakt en ingevet moet worden om te voorkomen dat het leer
hard wordt, uitdroogt en barst.
Nadat je hebt gecontroleerd of het paard schoon is op de delen die door het
zadel en de riemen worden bedekt,
leg je het zadel vóór de eigenlijke plaats op de rug van het paard.
Hierna schuif je het zadel achterwaarts tot het op de juiste plaats ligt.
Dit voorkomt dat het paard tegen de haren in gestreken wordt. Zorg dat alles
goed glad en aan beide zijden gelijk ligt. Laat de
singel zakken en kijk onder het zweetblad of deze niet
gedraaid zit.
De singel is de riem die onder de buik van het paard doorgaat. Voordat je
begint met rijden moet je controleren of de singel strak genoeg zit. Dit om
het schuiven van het zadel te verhinderen.
Het zadel moet zover naar achteren worden bevestigd dat er tussen de
elleboog en de singel een handbreedte ruimte zit.
De kamer van het zadel (de voorboom) moet geheel vrij van de schoft liggen,
zodat er minstens een hand tussen gelegd kan worden om te voorkomen dat er
een vervelende druk ontstaat.
Zadeldekje
Onder het zadel ligt altijd een zadeldekje.
Het beschermd het zadel tegen zweet want zweet bijt het zadel uit..
Een goed dekje absorbeert zowel zweet als vuil. Zelfs als het zadel nog zo
goed past, kan het paard toch nog een gevoelige rug hebben. Een zadeldekje
beschermt in zo'n geval.
Ook hebben wij voor een aantal manege paarden gelpads. Deze leg je +-
5 cm voor het zadel over de schoft heen. De gelpad zorgt ervoor dat de druk
op de schoft beter verdeeld wordt en dat er geen drukkingen kunnen ontstaan.
Een dekje mag dun zijn. Als drukverdeler heeft het geen enkele nut onder een
goed passend zadel.
het dunne dekje moet wel stevig zijn en het mag niet dubbelvouwen,
verschuiven of plooien, zodat het opgepropt onder het zadel ligt. Dan kunnen
er drukplekken ontstaan.
Een dekje mag niet te vlak en te strak over de schoft liggen.
Stijgbeugels:
Iedereen heeft er weleens moeite mee... Het op maat maken van de
stijgbeugels.
Soms kan het zo zijn dat er niet voldoende gaatjes zitten om de beugels te
stellen.
Je kunt dan slagen maken in de beugels.
Dit doe je door de stijgbeugelriem om de beugel heen te draaien.
De beugels zitten goed wanneer je been licht gebogen is en je knie en
onderbeen mooi aansluiten langs het zadel. Ook moet je mooi steun kunnen
houden op je beugels.
|

|
De gebroken lijn:
(grote driehoek)
De gebroken lijn kan op verschillende
manieren gereden worden. Laten we als voorbeeld K-X-H
nemen.
Je komt aanrijden vanaf de letter
A,
je rijdt de hoek goed door en als jou lichaam bij de letter K
is stuur je de pony richting de
X.
Als je bij de
X
komt stuur je de pony richting de
H.
Als je bij de H
bent rijdt je de hoek weer goed door.
|
|

|
Van hand veranderen over
de diagonaal:
(schuin oversteken)
Ook dit kan op verschillende
manieren.
We nemen
K-X-M
als voorbeeld.
Je komt aanrijden vanaf de letter
A,
je rijdt de hoek goed door en als jou lichaam bij de letter
K
is stuur je de pony
richting de letter
X,
bij de
X
hou je recht en rij je door
naar de letter
M.
Als je bij de letter
M
bent rijdt je de hoek weer goed door. |
|

|
De
grote volte:
(groot rondje)
Dit is
een cirkel die we bij verschillende letters kunnen rijden.
We nemen als voorbeeld de volte bij de letter
A.
Je komt aanrijden vanaf de letter
K,
de volte begint bij de letter A.
Je rijdt mooi met een boogje richting de letter
F,
van de letter
F
rijdt je netjes met een boogje richting de letter
X,
van de letter X
rijdt je met een boogje naar de letter
K,
en van de
K
weer met een boogje richting de letter
A.
De volte eindigt ook weer bij de letter
A |
|

|
Door een
S van hand veranderen:
Je veranderd van hand door een figuur
te rijden wat de vorm van de letter S heeft. Als voorbeeld nemen
we de
B,
je komt aanrijden vanaf de letter
F,
zodra je met jou lichaam bij de letter B
bent, tel je tot 3, dan went je af naar links,
je rijdt dan met een boogje richting de letter
X.
Je komt iets voor de
X
uit, ongeveer drie tellen nadat je de
X
voorbij bent, maak je een boogje naar rechts.
Je komt iets voor
E
weer op de hoefslag. |
|

|
Slangenvolte met 3 bogen:
We beginnen de slangenvolte deze keer
bij de letter
C.
Je rijdt met een boogje langs de letter
H,
als je pony voorbij de letter
H
is, wendt je af naar links.
Je zorgt dat je iets voor de letter
B
weer op de hoefslag bent, en iets na de
B
weer eraf gaat, je maakt dan een boogje naar rechts.
Je zorgt dat je iets voor de letter
K
weer op de hoefslag bent.
Let op! De slangenvolte is pas afgelopen bij de letter
A. |
Eerst even wat
standaard dingen. Het “pad” langs de schutting heet de hoefslag.
Als je van hand gaat veranderen, betekent dat dat je ook op het andere
been moet gaan lichtrijden.
Licht rijden is het gaan staan en weer zitten in de beweging en
het tempo van je paard.
Op het goede been licht rijden is dat als jij het buitenvoorbeen van je
paard naar voren ziet gaan, jij moet staan.
Komt het buitenvoorbeen van je paard naar je toe, dan moet je gaan
zitten.
Als je stuurt, doe dat dan niet teveel met je handen, maar met je zit en
je benen,
dat is veel prettiger voor je pony.
Biologie:
Hier even wat achtergrondinformatie voor de geďnteresseerde
ruiters onder ons (LEON)
|
1 maantop |
12 hoef |
23 hak |
|
2 neus |
13 hoefballen |
24 zitbeenknobbel |
|
3 kingroeve |
14 koot |
25 staartwortel |
|
4 keel |
15 kogel |
26 kruis |
|
5 schouder |
16 pees |
27 heupen |
|
6 schouder- of boeggewricht |
17 elleboog |
28 lendenen |
|
7 borst |
18 flank |
29 rug |
|
8 onderarm |
19 knie |
30 schoft |
|
9 handwortel |
20 schenkel |
31 manen |
|
10 pijp |
21 zwilwrat |
32 nek |
|
11 kroon |
22 spronggewricht |
33 hals |



Aftekeningen hoofd:

Geen twee paarden zijn precies hetzelfde.
Dat is ook zo bij de aftekeningen aan het hoofd. Toch zijn er een aantal
hoofdcategorieën.
Zo zijn er de kol, een witte plek op het voorhoofd.
De sneb, een witte plek tussen de neusgaten. Kol en sneb kunnen
ook in combinatie voorkomen.
Blessen lopen van het voorhoofd tot aan de neus en kunnen
verschillende breedten hebben.
Een paard dat een witte vlek heeft die over de ogen en neusgaten loopt,
noemen we een withoofd.
Speciale aftekeningen:
Misschien wel leuk om te weten
Een melkmuil is een paard dat een witte mond heeft.
Krotenmuilen, paarden met een vleeskleurige mond
Paddenmuilen, paarden waar er rondom de mond vlekken te zien
zijn.
Pony's met roomkleurige haren rondom de mond worden wel eens
meelsnuiten genoemd.
Aftekeningen Benen
De benen van een paard kunnen helemaal
in dezelfde kleur zijn als het paard zelf.
Ze kunnen echter ook gedeeltelijk wit zijn.
Hieronder een aantal voorbeelden van aftekeningen aan de benen.
Vaak is de hoef van een been met witte aftekeningen ook wit,
behalve bij een witte kroonrand of witte ballen.

1 Witte kroonrand
2 Sokje
3 Sok
4 Witvoet
5 Half witbeen
6 Witbeen
7 Hoog witbeen

8 Witte kroonrand, achter hoog
oplopend
9 Sok, achter hoog oplopend (tot over de kogel)
10 Sok voor en achter oplopend
11 Witvoet voor oplopend
12 Witvoet (binnen- of buitenwaarts) oplopend tot halverwege de pijp
13 Half witbeen voor oplopend (tot aan de voorknie)
Aftekeningen hoeven

Paarden zien de wereld anders dan wij dat doen:(denk aan paard Lisa)
-
Een paard heeft zijn ogen aan de zijkant van
't hoofd en dat betekent dat hij sommige dingen alleen met één oog ziet.
-
Als hij vervolgens met z'n andere flank langs
een voorwerp loopt, ziet hij het met zijn andere oog en kan het voorwerp
dus nieuw voor hem lijken.
-
Alleen wat in de driehoek recht voor het
paard is, kan hij goed met twee ogen bekijken en met diepte zien.
-
Gevolg is dat een paard zijn hoofd naar iets
toe moet draaien om goed te kunnen zien.
Dat moeten we ook toelaten.
-
Het gebied recht achter en boven zich, kan
een paard niet zien.
-
Van zijn berijder ziet het paard dus alleen
de uitstekende en wapperende armen en benen.
Als je onverwachte
bewegingen maakt met die armen en benen, kan een paard daar goed van
schrikken
De gangen van een paard:
Het paard kent 3
basisgangen: stap, draf en galop.
Volgens de regels van de moderne dressuur kan men deze nog verder
onderverdelen.
De stap kan bijvoorbeeld worden onderverdeeld in arbeidsstap of middenstap,
verzamelde stap,
uitgestrekte stap en vrije stap.
De onderverdeling bij de draf en galop is: verzamelde, arbeids-, midden-, en
uitgestrekte draf of galop.
Er zijn binnen sommige rassen ook paarden die naast de drie basisgangen over
extra gangen beschikken.
De
Stap:
De stap is een gang waarbij de benen van het
paard elkaar volgen in vier tempi.
De beenzetting in stap is bijvoorbeeld linksachter, linksvoor, rechtsachter,
rechtsvoor.
In de verzamelde stap dekt iedere pas minder terrein dan in de arbeidsstap,
en is meer verheven.
De achtervoeten worden achter of in het uiterste geval ín de afdrukken van
de voorvoeten gezet.
De arbeidsstap of middenstap kenmerkt zich door het feit dat de achtervoeten
iets óver de afdrukken van de voorvoeten heen stappen.
Bij de uitgestrekte stap stappen de achtervoeten heel duidelijk over de
afdrukken van de voorvoeten heen.
De vrije stap is een gang 'in rust'. Het paard wordt toegestaan zijn hals en
hoofd iets naar voren en naar beneden te
brengen,
waarbij het mondcontact niet verloren mag gaan.
De Draf
De draf is een gang in twee tempi, welke
worden gescheiden door een zweefmoment,
waarbij het paard zich voorwaarts beweegt door het opeenvolgend gelijktijdig
neerzetten
van het diagonale benenpaar (linksvoor met rechtsachter en omgekeerd).
De Galop
De galop is
een gang in drie tempi, met bijvoorbeeld in de
rechtergalop de volgende beenzetting: linksachter,
linkerdiagonaal (linksvoor tegelijkertijd met
rechtsachter), rechtsvoor,
gevolgd door een zweefmoment voor de volgende sprong.
Als het linkervoorbeen het verst vooruitgrijpt, heet de gang de
'linkergalop'.
Indien een paard bij het rechtsom
galopperen het linkervoorbeen als meest vooruitgrijpende gebruikt heet het
de 'verkeerde' galop.
De Rengalop
De rengalop is de snelste manier waarop een
paard zich kan voortbewegen.
Bij renpaarden heeft men wel snelheden gemeten van 48 km per uur en meer.
Het verst vooruitgrijpende been raakt in dat geval de grond ter hoogte van
de neus van het paard.
Extra
gangen
De bekendste hiervan is de
telgang, een draf in twee tempi, waarbij
beurtelings de benen aan 1 zijde paarsgewijs worden opgetild en neergezet.
De Ijslander kent de telgang ook als natuurlijke gang en daarnaast bovendien
de tölt,
een razendsnelle stap die door sommige Ijslanders zelfs in de vorm van
ren-tölt kan worden uitgevoerd,
waarbij zij even snel gaan als een gewoon paard in volle galop.
|